Van ambitieuze agenda naar samen aan de slag. Wat is er overgebleven van de energie- en duurzaamheidsvoorstellen uit het tussenrapport?
In de inhoudelijke en ambitieuze agenda van D66 en CDA werd een duidelijke koers uitgezet op energie, klimaat, landbouw en natuur. Het document bevatte niet alleen richtinggevende ambities, maar ook expliciete doelen en instrumenten om vastgelopen dossiers, zoals stikstof, energie-infrastructuur en industriële verduurzaming, weer in beweging te krijgen. Het coalitieakkoord 2026–2030 laat zien in hoeverre deze inhoudelijke agenda is overgenomen en uitgewerkt in bestuurlijke afspraken. Voor energie en duurzaamheid vergelijken we drie onderdelen.
Landbouw, natuur en stikstof
D66 en CDA kozen in het tussenrapport voor een juridisch houdbare aanpak van de stikstofproblematiek. Deze lijn is in het coalitieakkoord overgenomen. Dezelfde doelen, instrumenten en uitgangspunten keren terug, waaronder sectorale reductiedoelen, doelsturing via een gebiedsgerichte aanpak met doorwerking naar bedrijven, uitbreiding van dier- en fosfaatrechten naar aanvullende sectoren en het behoud van rechtenkorting als ultimum remedium. Het coalitieakkoord werkt deze agenda verder uit door de maatregelen te ordenen in samenhangende sporen en deze te koppelen aan wettelijke verankering, monitoring en financiering tot 2035.
Energiezekerheid en infrastructuur
D66 en CDA koppelden in het tussenrapport energiezekerheid aan het tempo van de energietransitie en economische ontwikkeling. Daarbij werd netcongestie benoemd als structureel knelpunt en kreeg de aanpak daarvan, inclusief een Crisiswet Netcongestie, hoge prioriteit. Elektrificatie werd aangewezen als belangrijkste route voor industriële verduurzaming, in combinatie met wind op zee via Contracts for Difference, waterstof, kernenergie en CCS. Ook instrumenten als de SDE++, warmtenetten, een capaciteitsmarkt en het gesloten houden van het Groningerveld maakten onderdeel uit van deze agenda.
Deze lijn is in het coalitieakkoord onverkort overgenomen. Dezelfde instrumenten en uitgangspunten keren terug. Het verschil zit vooral in de verdere concretisering: het coalitieakkoord kwantificeert de inzet op wind op zee tot 40 GW, werkt de nucleaire ambitie uit tot ten minste vier nieuwe kerncentrales en breidt de inzet op CO₂-opslag expliciet uit met CCU. Daarnaast worden bestaande instrumenten, zoals de SDE++, voorzien van concrete aantallen en termijnen.
Industrie, klimaat en koolstofverwijdering
In het tussenrapport koppelden D66 en CDA industriële verduurzaming aan concurrentiekracht en een gelijk speelveld. Afschaffing van de nationale CO₂-heffing, lagere elektriciteitskosten en maatwerkafspraken per cluster vormden daarbij centrale instrumenten. Daarnaast werd expliciet ingezet op negatieve emissies en koolstofverwijdering, inclusief een internationaal kenniscluster voor Carbon Management, als onderdeel van de route naar 2040 en 2050.
Deze inzet is in het coalitieakkoord behouden. Maatwerkafspraken blijven het centrale instrument en het streven naar een Europees gelijk speelveld staat overeind. Ook negatieve emissies en Carbon Management worden expliciet genoemd en geplaatst binnen het bredere industrie-, innovatie- en klimaatbeleid. Nieuw ten opzichte van het tussenrapport is dat in de budgettaire bijlage geld wordt gereserveerd om elektriciteitsprijs voor bedrijven te verlagen, onder meer via voortzetting van de indirecte kostencompensatie en in een nieuwe een aparte envelop ‘tegemoetkoming elektriciteitsprijs bedrijven’.
Veel energie- en duurzaamheidskeuzes uit het tussenrapport zijn in het coalitieakkoord overeind gebleven en verder uitgewerkt. Of dat het resultaat is van succesvolle belangenbehartiging, of van een beoogd minister-president met een reputatie als klimaatdrammer, of beide, laat zich raden.
Meer informatie
Publyon helpt je om de beleidslogica achter energie- en duurzaamheidskeuzes te duiden, kansen te signaleren en je positionering richting overheid en partners scherp te zetten.
Vraag vrijblijvend een kennismakinggesprek aan middels dit formulier.

