Vier beleidsinzichten uit 2025, en wat 2026 vraagt van belangenbehartiging

Door: Jelle Dijkstra, Aaron Otte en Leander den Boer

In 2025 botsten ambities op vele fronten met bestuurlijke realiteit. Soms door een gebrek aan uitvoeringscapaciteit, dan weer door maatschappelijke druk. Terwijl opgaven en transities zich met het jaar lijken op te stapelen, blijkt de politiek vaak niet opgewassen om adequate oplossingen voor deze vraagstukken te vinden. Eén ding werd duidelijk: de tijd van afwachten, uitstellen en experimenteren is nu echt voorbij. Op basis van onze ervaringen in Den Haag delen wij vier beleidsinzichten uit 2025 die richtinggevend zijn voor 2026 en laten we zien wat dat vraagt van effectieve belangenbehartiging.

1. Beleidsprocessen zijn beïnvloedbaarder geworden, maar ook onvoorspelbaarder

2025 was een jaar waarin politieke besluitvorming minder lineair en voorspelbaar was. Beleidsvoorstellen werden vaker aangepast of uitgesteld onder invloed van maatschappelijke reacties, veranderende politieke verhoudingen en signalen uit de uitvoering. Tegelijkertijd bleek maatschappelijk draagvlak doorslaggevend: beleidsplannen bleven inhoudelijk staan, maar werden politiek kwetsbaar door publieke weerstand, waarbij media-aandacht en publieke opinie de timing en inhoud van voorstellen zichtbaar beïnvloedden. Deze ontwikkelingen tonen aan dat beïnvloeding in 2025 vooral plaatsvond buiten de formele besluitvormingsmomenten, met de meeste ruimte tussen consultaties, Kamerbehandeling en definitieve besluitvorming.

Wat laat dit zien en wat betekent dit voor 2026? Een focus op alleen stemmingen of formele besluiten is onvoldoende. Effectieve beïnvloeding vraagt om voortdurende procesaandacht en inzicht in minder zichtbare ontwikkelingen. Tegelijkertijd blijkt dat beleid zonder een helder maatschappelijk verhaal kwetsbaar blijft, waardoor organisaties hun invloed vergroten door hun belangen te verbinden aan bredere maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming en weerbaarheid.

2. Wegkijken voor Europese regelgeving is schone schijn

Afgelopen jaar bevestigde dat de belangrijkste beleidskaders niet meer nationaal ontstaan, ondanks de kijk van kabinet-Schoof hierop. Wet- en regelgeving rondom duurzaamheid, digitalisering en natuur vindt haar oorsprong grotendeels in de Europese Unie en werkt rechtstreeks door op bedrijfsmodellen en investeringsbeslissingen. Het stikstofdossier en het mestbeleid van minister Wiersma is hier een goed voorbeeld van. We zagen nationale beleidsmakers die, soms tegen wil en dank, aangaven “gebonden te zijn” aan keuzes die eerder

in Brussel zijn gemaakt, of sectoren die juist verrast werden door de snelheid waarmee Europese afspraken doorwerkten in nationale wetgeving.

Wat laat dit zien en wat betekent dit voor 2026? De beleidsruimte in Den Haag wordt vaak eerder bepaald in Brussel dan veel organisaties verwachten. Succesvolle belangenbehartiging begint dan ook steeds meer voorafgaand aan nationale besluitvorming. Dat vraagt om een geïntegreerde strategie waarin oog is voor het Brusselse, Haagse én lokale, met consistente boodschappen en heldere prioriteiten.

3. Uitvoerbaarheid is een doorslaggevend argument geworden

Wat in 2025 ook structureel zichtbaar werd is dat beleid soms niet strandt op intentie, maar op uitvoering. Capaciteitstekorten, complexiteit en handhaafbaarheid bepalen of voorstellen politiek haalbaar zijn. In woorden, en ook steeds meer in daden, werd er hard opgetreden tegen regeldruk. Zo werden beleidsplannen vertraagd omdat uitvoeringsorganisaties aangaven onvoldoende capaciteit of middelen te hebben en wogen handhaafbaarheid en uitvoeringskosten expliciet zwaarder mee dan voorheen in politieke debatten.

Wat laat dit zien en wat betekent dit voor 2026? Uitvoering is geen technische bijlage meer, maar een doorslaggevend politiek argument. Organisaties die uitvoeringskennis en praktijkervaring vroegtijdig inbrengen, kunnen als serieuze gesprekspartner een belangrijke rol spelen bij het vormgeven van beleid. Beleidsargumenten werken immers beter als ze zijn gekoppeld aan realistische uitvoering en concrete effecten.

4. Belangenbehartiging verschuift van incidentele lobby naar structurele positionering

2025 liet ook zien dat duurzame invloed vooral voortkomt uit langdurige relaties en coalities. Ad hoc belangenbehartiging verliest haar effectiviteit. Vertrouwen, continuïteit en inhoudelijke geloofwaardigheid worden doorslaggevend in een tijd van politieke instabiliteit en fluctuatie. Beleidsmakers kiezen steeds vaker voor vaste gesprekspartners met consistente inbreng. Coalities van bedrijven, brancheorganisaties en maatschappelijke partijen die gezamenlijk optrokken kregen meer gewicht.

Wat laat dit zien en wat betekent dit voor 2026? Effectieve public affairs vraagt om heldere langetermijndoelen, consistente boodschappen en duurzame relaties. Niet alleen reageren, maar mede richting geven. Investeren in relaties is noodzakelijk, ook buiten zichtbare politieke momenten.

2026 vraagt om regie, niet om reactief handelen

De belangrijkste les uit 2025 is helder: beleid ontwikkelt zich sneller, gelaagder en onvoorspelbaarder. Voor organisaties die afhankelijk zijn van politieke besluitvorming betekent dit dat strategische public affairs geen luxe meer is, maar een randvoorwaarde. Organisaties die hier nu op inzetten, vergroten niet alleen hun invloed, maar ook hun anticiperend vermogen in een onzekere beleidsomgeving.

Zelf in 2026 meer impact maken? Lees hoe we daarbij kunnen ondersteunen op gebied van sterke public affairs strategie, actuele monitoring en heldere communicatie