Nederland speelt vanwege zijn strategische geografische ligging, op afstand van de oostgrens van het NAVO-verdragsgebied, een belangrijke rol als doorvoerland binnen de NAVO. Hierdoor komen via Nederlandse havens, zoals Rotterdam, Vlissingen en de Eemshaven, regelmatig grootschalige militaire verplaatsingen tot stand. Dit gebeurt in het kader van Host Nation Support (HNS), waarbij Nederland als gastland civiele en militaire ondersteuning biedt aan geallieerde strijdkrachten die door of via het grondgebied bewegen. Met de verwachte toename van militaire verplaatsingen zal ook vaker een beroep worden gedaan op de uitvoeringskracht van lokale overheden en veiligheidsdiensten ter ondersteuning van HNS. Daarom is het voor bestuurders van belang goed inzicht te hebben in hun rol, verantwoordelijkheden en de benodigde afstemming met Defensie en andere betrokken partijen bij de voorbereiding en uitvoering van HNS-operaties.
HNS omvat het beschikbaar stellen van infrastructuur, zoals havens, spoor en wegen, en het tijdelijk inrichten van militaire terreinen voor op- en overslag, beveiliging en transport. HNS vindt zijn grondslag in NAVO-overeenkomsten en bilaterale afspraken met NAVO-partnerlanden.
Voor HNS worden momenteel civiele havens ingezet in Rotterdam en Vlissingen. In de Eemshaven beschikt Defensie sinds kort over een eigen locatie. Binnen het programma Ruimte voor Defensie is in mei 2025 bovendien een deel van de Rotterdamse haven aangewezen als voorkeurslocatie. Ook wordt de volledige westelijke kustzone van de Maasvlakte benut als oefengebied voor amfibische operaties. In oktober en november 2024 vond een grote verplaatsing plaats van Amerikaanse voertuigen en containers door Nederland. Het materieel werd aangevoerd via de havens van Vlissingen en Eemshaven en vervolgens verder Europa in vervoerd, zowel per spoor als over de weg met diepladers.
In de Tweede Kamer leven grote zorgen over de bereikbaarheid van deze defensielocaties. Kamerleden vrezen dat haperende civiele wegen en zwakke bruggen de militaire mobiliteit ernstig gaan belemmeren, terwijl er voor de nieuwe ontsluitingswegen nog geen geld beschikbaar is. Staatssecretaris Boswijk (Defensie) noemt het een kwestie van ‘delen in schaarste’, een concrete aanpak is nog niet inzicht.
Deze cruciale taak binnen de NAVO heeft gevolgen voor de ruimtevraag in Nederland, omdat deze activiteiten ruimte, flexibiliteit en nauwe afstemming tussen verschillende partijen vereisen. Gemeenten en lokale veiligheidsdiensten spelen hierin een belangrijke rol: zij worden vooraf geïnformeerd over de planning, omvang en timing van transporten en maken afspraken over het optreden bij mogelijke calamiteiten. Bij incidenten sluiten civiele hulpdiensten aan bij de bestaande crisisstructuren op lokaal en regionaal niveau, waarbij Defensie aansluit via het netwerk van de Regionaal Militair Commandant binnen de veiligheidsregio’s.
Op die manier ontstaat een nauwe samenwerking tussen Defensie, civiele partners en decentrale overheden om grootschalige militaire doorvoer veilig en soepel te laten verlopen.

