Van zero-emissiezones tot de verdere uitbouw van Brainport: wat staat er de komende periode in de grootste steden van ons land écht op het spel? Welke nationale verwachtingen sijpelen daarin door en hoe vertalen die zich naar lokale keuzes? Per stad brengen we in kaart wat al vastligt, wat opvalt en waar nog ruimte is om invloed uit te oefenen. Benieuwd naar het complete overzicht? Houd onze LinkedIn en website in de gaten. Vandaag: Rotterdam.
Als grootste haven van Europa speelt de haven van Rotterdam een sleutelrol in de Nederlandse economie, maar ook in de verduurzamingsopgave. Het is bij uitstek de plek waar (inter)nationale ambities samenkomen. Kabinet-Jetten zet in op versnelling van de energietransitie en versterking van het vestigingsklimaat. Dat moet echter landen in een praktijk waar ruimte schaars is, infrastructuur aan vernieuwing toe is en bedrijven opereren in een internationale concurrentiestrijd. Havenbedrijf Rotterdam fungeert als belangrijke schakel in de transitie: het vertaalt nationale doelen naar concrete projecten, maar koppelt ook terug waar beleid schuurt met de realiteit.
Zo heeft de haven, samen met de gemeente, herhaaldelijk aan de bel getrokken bij de nationale politiek over haar concurrentiepositie; hogere energiekosten dan in buurlanden, het ontbreken van een gelijk speelveld, netcongestie en het stikstofprobleem. Kabinet-Jetten heeft dan ook diverse punten overgenomen uit het tienpuntenplan dat de Haven in 2025 heeft opgesteld. Dit laat zien dat samenwerking tussen partijen zoals havenbedrijf Rotterdam en het Rijk cruciaal zijn: veel randvoorwaarden voor de verduurzaming van de haven kunnen alleen gezamenlijk worden geadresseerd.
Ambities vertalen naar concrete plannen is vaker een struikelblok in de praktijk. Stilgelegde initiatieven zoals de waterstoffabriek van BP of het Porthos project illustreren dit: ze passen binnen zowel lokale als nationale ambities, maar stranden zodra kosten, regelgeving en infrastructuur niet gelijktijdig meebewegen. Hier wordt het onderliggende probleem zichtbaar: transities worden niet zozeer geremd door gebrek aan ambitie, maar door een gebrek aan synchronisatie. Infrastructuur, regelgeving en investeringsbeslissingen ontwikkelen zich in verschillende tempo’s. Zo blijven plannen met veel potentie hangen in de uitvoeringsfase.
Er ligt ook een aanknopingspunt voor de stad zelf. Rotterdam kan het verschil maken door als ‘ketenregisseur’ op te treden en het Havenbedrijf en de maakindustrie te ondersteunen in hun ambitie om het industriële ecosysteem te versterken, met slimmere ketens via digitalisering, innovatie en samenwerking. Dit vraagt om het actief verbinden van economische ontwikkeling met randvoorwaarden zoals netcapaciteit, ruimte voor bedrijvigheid, infrastructuur en de arbeidsmarkt. Door productie, energie, logistiek en kennisopbouw in samenhang te sturen, kan een geïntegreerd industrieel ecosysteem ontstaan waarin bedrijven, technologie en kennisontwikkeling beter op elkaar aansluiten.
Welke rol het nieuwe college precies ziet voor de verduurzaming van de haven en de ontwikkeling van het industriële ecosysteem, zal in de komende periode moeten blijken. Na tien jaar waarin Leefbaar Rotterdam de grootste partij was in het stadsbestuur, heeft PRO in de gemeenteraadsverkiezingen van dit jaar die positie overgenomen en neemt zij het voortouw in de collegevorming.
Op dit moment wordt er onderhandeld tussen PRO, D66, VVD en DENK. Over de haven als ‘kloppend hart’ van de stad bestaat brede consensus tussen deze partijen. Wel wordt er verschillend gedacht over de rol van de gemeente in de transitie van de haven. Waar PRO inzet op een specifiek ‘Haveninvesteringsplan’ om de transitieslag te versnellen, alsook een hernieuwde rol van de gemeente als actieve aandeelhouder van het Havenbedrijf om publieke belangen beter te borgen, kiest de VVD voor een meer pragmatische benadering van de energietransitie, waarin de gemeente vooral randvoorwaarden faciliteert en bedrijven en ondernemers zo min mogelijk belast. D66 legt de nadruk op een sterkere publieke regie op gebiedsontwikkeling en een versnelde, radicale vergroening van de haven, met een actieve rol van de overheid als aanjager van innovatie. DENK richt zich op een versnelling van de verduurzaming via het afbouwen van kolenoverslag en andere fossiele stromen zodra dit economisch haalbaar is, in combinatie met snellere vergunningverlening en een actieve faciliterende rol van de gemeente.
De komende periode draait waarschijnlijk minder om extra ambitie, en meer om betere afstemming. Rotterdam laat zien dat de uitdaging van de energietransitie niet alleen zit in het stellen van doelen, maar ook in het gelijktijdig organiseren van de voorwaarden om ze waar te maken. Niet het ontbreken van plannen, maar de gelijktijdigheid tussen beleid, infrastructuur en uitvoering bepaalt in Rotterdam het tempo van de transitie.

