Wennink in de praktijk: randvoorwaarden voor opschaling en investeringen

Koen Venekamp (Johnson & Johnson)

Hoe heb je de aanloop naar het Wennink-advies ervaren? Wat was voor jullie belangrijk om erkend te krijgen, en zien jullie het resultaat terug?

“De aandacht voor onze sector en medische biotech innovaties is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Zo werd in april vorig jaar de Kabinetsvisie op Biotechnologie 2025-2040 gepubliceerd. En eerder was er al de Nationale Technologie Strategie, waar biotech duidelijk in zit. Daarom zagen we voor de ‘rode biotech’, oftewel medische toepassingen zoals innovatieve behandelingen tegen bijvoorbeeld kanker, in het traject van Peter Wennink veel perspectief. Als onderdeel van een consortium, gecoördineerd door het Leiden Bio Science Park, hebben we een onderzoek laten uitvoeren en gewerkt aan een strategisch groeiplan, Biotech Nexus, dat Nederland een internationale koploper in Life Sciences & Biotech moet maken. 

Het onderzoek laat zien dat met de juiste randvoorwaarden voor Life Sciences & Biotech er een structurele bbp-impuls van 1,2 procentpunt en 20.000 extra banen gerealiseerd kunnen worden. En dat gerichte investeringen in Biotech Nexus een grote economische hefboom hebben: elke publieke euro aan investeringen leidt gemiddeld tot 2,5 euro private investering en bijna 2 euro extra economische activiteit. Biotech Nexus moet regionale krachten bundelen, samenwerking bevorderen, kennisvalorisatie versnellen en opschaling ondersteunen. 

Het is ontzettend mooi dat Life Sciences & Biotech uiteindelijk als één van de vier focusdomeinen in het rapport terecht is gekomen. Wat mij betreft ook zeer terecht en logisch. Nederland heeft in de basis een sterk ecosysteem, maar we moeten ook realistisch zijn: bedrijven zien dat het ontbreken van een thuismarkt de zwakke schakel is. Om de potentie te benutten en op lange termijn impact te maken, voor zowel de gezondheid van mensen als economisch gezien, moeten innovaties die hier worden ontwikkeld ook hier beschikbaar komen. 

Bedenk daarnaast dat we als Nederland betrekkelijk weinig uitgegeven aan innovatieve geneesmiddelen (circa 5% van het totaal, red.), maar het hier erg lang duurt voor die innovaties beschikbaar zijn voor patiënten, omdat we in tegenstelling tot andere landen een lage betalingsbereid hebben. De kern zit hem dus in de juiste randvoorwaarden.”

Hoe kijken jullie naar de rol van het ecosysteem en wat is de meerwaarde voor Johnson & Johnson?

“Als Johnson & Johnson zijn we onlosmakelijk verbonden met en trots onderdeel van het unieke ecosysteem van het Leiden Bio Science Park. Onze voorganger, het Amerikaanse biotech-bedrijf Centocor, is hier al sinds 1984 gevestigd en werd in 1999 onderdeel van Johnson & Johnson. Inmiddels hebben wij er meerdere vestigingen – waaronder productiefaciliteiten en laboratoria – en werken er bijna 3.000 collega’s. Dat maakt ons de grootste, private werkgever van het Leiden Bio Science Park. We zijn trots dat we al zo lang onderdeel zijn van dat unieke ecosysteem, en Waar we constructief samenwerken met start en scale ups, andere grote bedrijven, de gemeente, het ziekenhuis, de universiteit, de hogeschool en het mbo. Alles zit dicht op elkaar, de lijntjes zijn kort, dat trekt elkaar aan en versterkt elkaar. En ja, er zijn diverse belangen en verschillende perspectieven, maar dat maakt zo’n ecosysteem juist krachtig.”

Hoe zetten jullie het ecosysteem en de erkenning van Wennink in voor zichtbaarheid in Den Haag?

“Eigenlijk zou ik het om willen draaien. Aan die zichtbaarheid in Den Haag hebben we de afgelopen jaren hard gewerkt. Daarmee hebben we gezamenlijk, Life Sciences & Biotech echt op de kaart weten te zetten. Hetzelfde geldt voor het Leiden Bio Science Park: samen met de gemeente en andere organisaties hebben we veel inspanningen gedaan om het ecosysteem centraal te zetten en zo samen profiel op te bouwen. Dat Leiden praktisch naast Den Haag ligt helpt natuurlijk, zeker als het gaat om werkbezoeken van bijvoorbeeld een bewindspersoon, een Tweede Kamerlid of een groep ambtenaren. Het met eigen ogen bekijken en echt ervaren is super waardevol voor alle partijen. Het Wennink-advies geeft de zichtbaarheid en aandacht natuurlijk een boost, en is een mooi haakje om verder van gedachten te wisselen met beleidsmakers en hen in de actiestand te zetten.”

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de komende jaren bij het implementeren van de aanbevelingen? En welke beleidskeuzes zijn essentieel om Life Sciences & Biotech echt te laten groeien en impact te laten maken? 

“Papier is geduldig, maar de praktijk is weerbarstig. Ik hoop werkelijk niet dat de implementatie jaren gaat duren. Die tijd is er simpelweg niet: het momentum is nu.  

De belangrijkste beleidskeuze is het daadwerkelijk kiezen voor Life Sciences & Biotech in zijn volle omvang. En niet alleen profiteren aan de opbrengstenkant. De betalingsbereidheid van Nederland moet omhoog. We lopen, sowieso vergeleken met de VS, maar ook in vergelijking met diverse Europese landen, echt uit de pas. Er moet dus een flinke ommezwaai worden gemaakt. Dat vraagt om lef. 

Het Wennink-advies kwam al duidelijk terug in het coalitieakkoord en is recent vertaald in een opdracht voor een zogenaamde ministeriële taskforce. Het is van cruciaal belang dat de betrokken ministeries snel om tafel gaan met het bedrijfsleven. Om te beginnen met de vier door Wennink aangewezen domeinen, waaronder Life Sciences & Biotech. En dan samen tempo maken en aan de slag om de juiste randvoorwaarden te creëren. Want als de randvoorwaarden niet op orde zijn, missen we sowieso de boot.”

Verder lezen:

Wennink in de regio: regie en samenwerking in het ecosysteem. In gesprek met Leonie Hussaarts, Directeur Key Region Leiden